ECLI:NL:RBROT:2012:BY7416
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Internationale bevoegdheid en litispendentie bij vordering tegen gedaagden
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van aanzienlijke bedragen van meerdere gedaagden. Gedaagden stellen in een incident dat de Nederlandse rechtbank onbevoegd is vanwege litispendentie, omdat dezelfde vordering reeds aanhangig zou zijn bij een gerecht in Turkije.
De rechtbank oordeelt dat gedaagden onvoldoende specifiek en onderbouwd hebben gesteld dat de vordering van eiseres in Nederland dezelfde is als die in Turkije. Hierdoor kan niet direct worden geoordeeld dat de Nederlandse rechter onbevoegd is, omdat dit tot tegenstrijdige uitspraken zou kunnen leiden.
De rechtbank besluit daarom de zaak aan te houden en verwijst naar de rol voor het nemen van een nadere en onderbouwde akte door gedaagden waarin zij de vermeende gelijkheid van de vorderingen moeten specificeren. Eiseres krijgt vervolgens de gelegenheid om hierop te reageren.
Het vonnis in het incident is gewezen door mr. W.P. Sprenger en op 28 november 2012 in het openbaar uitgesproken. De procedure wordt voortgezet op 12 december 2012 voor nadere processtukken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere specificatie van de vermeende gelijke vordering in Turkije.