ECLI:NL:RBROT:2012:BY7422
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering hoofdhuurder tegen onderhuurder wegens onrechtmatig beroep op dwaling
De zaak betreft een huurgeschil tussen hoofdhuurder LST en onderhuurder Wilmar over een tankpark te Vlaardingen. Wilmar huurde de Site via een onderhuurovereenkomst van CTS, die op haar beurt huurde van LST. Wilmar stelde de onderhuurovereenkomst te vernietigen wegens dwaling over de geschiktheid van de steiger voor zeeschepen.
LST vorderde betaling van huurpenningen die zij misliep door de wanbetaling van Wilmar, stellende dat Wilmar onrechtmatig handelde jegens haar. Wilmar betwistte haar bekendheid met bepalingen in de hoofdhuurovereenkomst en voerde dat zij terecht de onderhuurovereenkomst had vernietigd.
De rechtbank oordeelde dat Wilmar niet bekend was met de bepalingen in de hoofdhuurovereenkomst, dat haar beroep op dwaling jegens CTS niet onrechtmatig was, en dat LST geen directe rechten kon ontlenen aan de onderhuurovereenkomst. De vordering van LST werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van LST af en veroordeelt haar in de proceskosten.