ECLI:NL:RBROT:2012:BY7608
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Te late betaling griffierecht leidt tot ontslag van de instantie zonder toepassing hardheidsclausule
In deze civiele procedure tussen CRÉME DE LA CREAM COMPANY B.V. (eiseres) en een besloten vennootschap te Rotterdam (gedaagde) stond de tijdige betaling van het griffierecht centraal. Eiseres betaalde het griffierecht te laat, namelijk op 26 oktober 2012, terwijl de betaling uiterlijk op 17 oktober 2012 had moeten plaatsvinden. Dit leidde tot een verzoek tot ontslag van de instantie van de gedaagde.
Eiseres voerde aan dat de te late betaling het gevolg was van een administratieve omissie van haar advocaat en dat een aanmaning van de griffie suggereerde dat betaling binnen veertien dagen zonder gevolgen mogelijk was. Zij stelde dat de hardheidsclausule van artikel 127 lid 3 Rv Pro toegepast moest worden, mede omdat de gedaagde geen belang zou hebben bij het ontslag van de instantie.
De rechtbank oordeelde dat eiseres, ondanks de omissie van haar advocaat, correct was geïnformeerd over de betalingstermijn en dat de aanmaning niet kon worden opgevat als een verlenging van de betalingstermijn zonder gevolgen. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat er geen sprake was van onbillijkheid van overwegende aard. Het belang van de Staat bij tijdige betaling van griffierechten en de wettelijke regeling prevaleerden.
De rechtbank ontsloeg de gedaagde van de instantie en veroordeelde eiseres in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat te late betaling van griffierechten zonder gegronde reden leidt tot ontslag van de instantie, ook als de tegenpartij geen direct belang heeft bij deze sanctie.
Uitkomst: De rechtbank ontslaat gedaagde van de instantie wegens te late betaling van griffierecht en wijst toepassing hardheidsclausule af.