ECLI:NL:RBROT:2012:BY7877
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder bestuursdwang wegens detectieproblemen locomotieven type G1206
Verzoekster, exploitant van locomotieven type G1206, kreeg een last onder bestuursdwang opgelegd wegens overtreding van artikel 3 Spoorwegwet Pro, omdat deze locomotieven niet altijd door de spoorweginfrastructuur werden gedetecteerd. Dit leidde tot beperkingen in het gebruik van deze locomotieven op het hoofdspoorwegnet.
Verzoekster betwistte de last omdat zij niet direct betrokken was bij de incidenten en stelde dat de oorzaak lag bij de infrastructuurbeheerder. Tevens voerde zij aan dat de last onevenredig was gezien haar bedrijfsvoering en dat de procedure niet correct was gevolgd. Verweerder handhaafde de last vanwege veiligheidsrisico's en het ontbreken van een alternatief dat minder belastend was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het opleggen van de last aan verzoekster op het moment van besluitvorming maatschappelijk minder belastend was dan het volledig buiten gebruik stellen van delen van het spoor. Echter, het voortduren van de last zonder duidelijkheid over de oorzaak en oplossing was onevenredig, vooral omdat verzoekster zwaar werd getroffen en geen invloed had op het beëindigen van de last.
De voorzieningenrechter wees op het rapport van DeltaRail waaruit bleek dat de afwijkingen gering waren en dat maatregelen door infrastructuurbeheerders waren genomen. De last werd daarom geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De last onder bestuursdwang opgelegd aan verzoekster voor locomotieven type G1206 wordt geschorst wegens onevenredigheid en onvoldoende duidelijkheid over oorzaak detectieproblemen.