ECLI:NL:RBROT:2012:BY8909
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitvoering besluit sluiting basis Eindhoven en verhandeling landingsrechten
De ondernemingsraad van [gedaagde sub 1] vordert in kort geding dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden verboden om besluiten tot sluiting van de basis Eindhoven en verhandeling van landingsrechten uit te voeren. De basis voor de vordering is dat de ondernemingsraad onvoldoende is betrokken bij de besluitvorming, terwijl uitvoering leidt tot onomkeerbare gevolgen voor de onderneming en werknemers.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagde sub 1] onderdeel is van de Air France/KLM groep en dat [gedaagde sub 2] nagenoeg enig aandeelhouder is van [gedaagde sub 1] Airlines N.V. De ondernemingsraad heeft adviesrecht op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR), en het besluit tot verhandeling van landingsrechten had aan haar moeten worden voorgelegd. De vordering is ontvankelijk en er is sprake van een spoedeisend belang vanwege de dreiging van onomkeerbare handelingen op de IATA slotconferentie.
De inhoudelijke beoordeling wijst uit dat de verhandeling van landingsrechten direct leidt tot beëindiging van activiteiten van [gedaagde sub 1] op Eindhoven, waardoor de medezeggenschapsrechten van de ondernemingsraad worden geschaad. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden uitgesloten dat [gedaagde sub 2] mede-ondernemer is en dat de ondernemingsraad daardoor ook tegen haar rechten heeft. Gezien het grote belang van de ondernemingsraad en de korte duur van de maatregel wordt het gevraagde verbod toegewezen.
De rechtbank verbiedt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot 9 december 2012 uitvoering te geven aan het besluit van 9 november 2012, in het bijzonder het verhandelen van de landingsrechten van Eindhoven. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verbod op uitvoering besluit sluiting basis Eindhoven en verhandeling landingsrechten tot 9 december 2012.