ECLI:NL:RBROT:2013:11288
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting huurovereenkomst kantoorruimte en toewijzing huurachterstand
In deze civiele zaak stond de aard van een huurovereenkomst centraal, waarbij de huurder betwistte dat het ging om kantoor- en/of bedrijfsruimte en stelde dat het gehuurde woonruimte betrof. De kantonrechter heeft vastgesteld dat hoewel de huurder feitelijk woonde in het gehuurde pand, onvoldoende bewijs is geleverd dat beide partijen de intentie hadden een huurovereenkomst voor woonruimte aan te gaan. De verklaringen van getuigen waren onvoldoende om de werkelijke bedoeling van partijen te wijzigen.
De huurovereenkomst liep tot 28 februari 2013 en de huurder was gehouden de huur tot die datum te voldoen. De kantonrechter heeft de huurachterstand over de periode december 2010 tot en met februari 2013 toegewezen minus een reeds betaalde som. De vordering tot schadevergoeding wegens ontbinding werd afgewezen omdat de overeenkomst niet was ontbonden. Tevens werd het verzoek tot matiging van de huurachterstand afgewezen.
Tegen de eerste gedaagde werd verstek verleend en de vordering tot betaling van de achterstallige huur en rente werd ook tegen hem toegewezen. De kantonrechter veroordeelde de gedaagden hoofdelijk tot betaling van het bedrag van € 25.856,59 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De vordering tot ontruiming werd afgewezen omdat de huurder het gehuurde inmiddels had verlaten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet huur betalen tot einde bepaalde tijd; huurachterstand en kosten worden toegewezen zonder matiging.