Op 21 juni 2013 heeft de rechter-commissaris een beslissing genomen tot inbewaringstelling van de verdachte en deze beslissing bevestigd na hoorzitting. Op 26 juni 2013 werd een wrakingsverzoek ingediend tegen deze rechter-commissaris. De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend, aangezien wraking moet plaatsvinden voordat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek daarom als niet-ontvankelijk verklaard en is niet toegekomen aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam.
De zitting ter behandeling van het wrakingsverzoek vond plaats op 19 juli 2013, waarbij de betrokken partijen aanwezig waren. De rechter heeft schriftelijk gereageerd op het verzoek. De rechtbank benadrukt dat wraking dient ter waarborging van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, maar dat het verzoek tijdig moet worden ingediend om ontvankelijk te zijn.