ECLI:NL:RBROT:2013:8341

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juli 2013
Publicatiedatum
28 oktober 2013
Zaaknummer
428525 / HA RK 13-653
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke zaak gemeente Spijkenisse

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn bestuursrechtelijke zaak behandelde, omdat hij vreesde voor partijdigheid. Dit ontstond doordat de rechter tijdens de zitting op 22 mei 2013 minder inhoudelijke vragen stelde dan verwacht en daardoor volgens verzoeker de rol van wederpartij overnam.

De rechtbank onderzocht het verzoek en concludeerde dat de rechter onpartijdig handelde. De rechter had geprobeerd met partijen oplossingen te vinden en had daarbij ook thema’s besproken die buiten het strikt geschil vielen, wat binnen zijn vrijheid valt. Tevens had de rechter verzoeker meerdere malen gewaarschuwd en uiteindelijk de zittingszaal moeten laten verlaten wegens ongepast gedrag.

De rechtbank oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor partijdigheid en dat de vrees van verzoeker niet objectief gerechtvaardigd was. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Uitspraak: 30 juli 2013
Zaaknummer: 428525
Rekestnummer: HA RK 13-653
Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:
[naam verzoeker],
wonende te [adres],
verzoeker,
strekkende tot wraking van
mr. D.A. Verburg, te dezen handelend als rechter in deze rechtbank, afdeling publiekrecht, team bestuursrecht (hierna: de rechter).

1.Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 22 mei 2013 is door de rechter behandeld het door verzoeker ingestelde beroep tegen de ongegrondverklaring van zijn bezwaarschrift d.d. 13 november 2013 door de gemeente Spijkenisse. Deze procedure heeft als kenmerk ROT 12/5378 WWB UTRE.
Bij brief van 23 mei 2013 en een brief die bij de rechtbank op 10 juni 2013 is binnengekomen heeft verzoeker zich beklaagd over de gang van zaken ter zitting van de rechter op 22 mei 2013. De raadsman van verzoeker, mr. M.J.A. van Schaik, heeft bij faxbericht van 26 juni 2013 de rechtbank bericht dat de brieven van verzoeker als een verzoek tot wraking moeten worden beschouwd.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting;
- de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek;
- het dossier van de bodemprocedure.
Verzoeker, zijn raadsman alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.
De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 28 juni 2013.
Ter zitting van 19 juli 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, is verzoeker verschenen.

2.Het verzoek en het verweer daartegen

2.1
Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :
Gelet op hetgeen tijdens de zitting op 22 mei 2013 is voorgevallen, is bij de verzoeker de schijn opgewekt dat er sprake is van partijdigheid en vooringenomenheid zijdens de rechter.
2.2
De rechter heeft niet in de wraking berust.
De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.
Blijkens het proces-verbaal van de zitting heeft de rechter verzoeker duidelijk gemaakt dat hij moest stoppen met schelden en zich moest houden bij gepaste formulering van zijn kritiek. De rechter bestrijdt dat hij niet naar het verhaal van verzoeker heeft willen luisteren en dat verzoeker zich niet volledig mocht uiten. De rechter heeft verzoeker op een gegeven moment de zittingszaal toch uitgestuurd, omdat verzoeker na herhaalde waarschuwingen zich niet naar behoren gedroeg.
In het kader van de oplossing van de zaak, heeft de rechter met partijen besproken dat een verzoek met betrekking tot het volgen van een studie niet zinvol betrokken kon worden bij de zaak, nu de kwestie van de studie buiten het geschil viel. In datzelfde kader heeft de rechter ook gezegd dat op basis van de stukken hij niet snel geneigd is om een deskundige te benoemen, om elk van partijen duidelijk te maken dat primair zijzelf nu met deskundigeninbreng moeten komen als zij dat dienstig achten voor hun zaak. De rechter heeft daarbij medegedeeld dat het een voorlopig oordeel is, beoordeeld naar de stukken die voorhanden zijn.

3.De beoordeling

3.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2
Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.
3.3
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing als vorenbedoeld opleveren.
3.4
Ter zitting van de wrakingskamer is vast komen te staan dat het wrakingsverzoek betrekking heeft op de bejegening van de rechter tijdens de zitting op 22 mei 2013. Verzoeker had verwacht dat de rechter meer inhoudelijke vragen zou stellen en door dit niet te doen, heeft de rechter de rol van de wederpartij overgenomen, waardoor bij verzoeker de vrees voor partijdigheid is ontstaan.
3.5
Naar het oordeel van de rechtbank levert de onder 3.4 genoemde klacht geen zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de rechter onvoldoende onpartijdig is of dat de vrees dienaangaande bij verzoeker objectief gerechtvaardigd is.
Blijkens de stukken heeft de rechter op de zitting van 22 mei 2013 getracht met partijen oplossingen te onderzoeken waarbij mogelijkheden en suggesties zijn geopperd door de rechter. Het staat de rechter vrij om tijdens een onderzoek ter terechtzitting op zoek te gaan naar oplossingen en daarbij ook thema’s aan te kaarten die strikt genomen vallen buiten het geschil, zoals dat aanhangig is. De rechter heeft bij het zoeken naar mogelijkheden voor een schikking tussen partijen enige ruimte en vrijheid en niet aannemelijk is geworden dat de rechter daarbij in enig opzicht belangen van verzoeker zou hebben veronachtzaamd. Het verzoek tot wraking is daarom ongegrond.

4.De beslissing

wijst af het verzoek tot wraking van mr. D.A. Verburg.
Deze beslissing is gegeven op 29 juli 2013 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
mr. L.A.C. van Nifterick en mr. P. Vrolijk, rechters.
Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier.
Verzonden op:
aan:
- [naam verzoeker]
- mr. D.A. Verburg
- mr. M.J.A. van Schaik
- Het college van B&W van de gemeente Spijkenisse tav [naam gemachtigde]