ECLI:NL:RBROT:2013:8579
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunningen op grond van zakelijk samenwerkingsverband onder Wet Bibob
De burgemeester van Rotterdam trok op 8 februari 2012 de exploitatievergunningen in voor drie horecagelegenheden die werden geëxploiteerd door eisers. Dit gebeurde op basis van een Bibob-advies dat stelde dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten. Dit gevaar was gebaseerd op het bestaan van een zakelijk samenwerkingsverband tussen eisers en een derde persoon die strafrechtelijk was veroordeeld en betalingsverplichtingen niet nakwam.
Eisers voerden aan dat er geen zakelijk samenwerkingsverband bestond en dat zij onevenredig werden getroffen door de intrekking. De rechtbank stelde vast dat het Bibob-advies en de aanvullingen daarop voldoende concrete aanwijzingen bevatten voor het bestaan van een zakelijk samenwerkingsverband, onder meer vanwege ongewone huurafspraken en financiële transacties.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor strafbare activiteiten. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunningen werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de exploitatievergunningen wegens een zakelijk samenwerkingsverband met een persoon betrokken bij strafbare feiten.