ECLI:NL:RVS:2013:CA2910
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens ernstig gevaar op strafbare feiten
De burgemeester van Den Haag heeft op 20 juli 2011 de exploitatievergunning van een coffeeshop aan een locatie in Den Haag ingetrokken op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob). Het besluit is gebaseerd op een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) waarin ernstige vermoedens van belasting- en uitkeringsfraude en eerdere strafrechtelijke veroordelingen van de bestuurder van de exploitant zijn vermeld.
De voorzieningenrechter heeft het beroep van de exploitant tegen de intrekking ongegrond verklaard, waarna hoger beroep is ingesteld bij de Raad van State. De exploitant voerde onder meer aan dat het advies geen deugdelijke basis bood, dat de strafrechtelijke feiten niet recent of ernstig waren en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere coffeeshops met ernstige strafbare feiten hun vergunning behielden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het bestuursorgaan terecht op het Bibob-advies heeft mogen vertrouwen, dat het vermoeden van strafbare feiten en financieel voordeel voldoende onderbouwd is, en dat de eerdere veroordelingen van de bestuurder relevant zijn. Ook is geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden omdat de gevallen niet vergelijkbaar zijn en het bestuursorgaan geen bevoegdheid heeft misbruikt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning van de coffeeshop wordt bevestigd.