ECLI:NL:RBROT:2013:8686
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering drank- en horecavergunning op grond van Wet Bibob wegens betrokkenheid eigenaar bij Opiumwet-overtredingen
Eiser, eigenaar van het pand waar de exploitatievergunning voor werd aangevraagd, werd geconfronteerd met een weigering van de drank- en horecavergunning door het college van burgemeester en wethouders van Maassluis op basis van een negatief Bibob-advies. Dit advies wees op een ernstig gevaar dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten, mede vanwege eerdere veroordelingen van eiser in 1996 en 1999 wegens overtreding van de Opiumwet en een bestuursrechtelijke sluiting in 2009.
Eiser voerde onder meer aan dat zijn privacy was geschonden en dat het bestuursorgaan ten onrechte blind op het Bibob-advies was afgegaan. De rechtbank oordeelde dat verweerders aan de vergewisplicht hadden voldaan door meerdere aanvullende adviezen te vragen en ook andere feiten mee te wegen. Het beroep op schending van de onschuldpresumptie faalde omdat het strafrechtelijk sepot niet leidde tot een aanmerkelijke schuldigverklaring en de veroordelingen uit het verleden terecht in het advies waren betrokken.
De rechtbank concludeerde dat het besluit zorgvuldig was genomen, geen sprake was van schending van privacy of onschuldpresumptie, en dat het beroep ongegrond is verklaard. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 7 november 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de drank- en horecavergunning wordt ongegrond verklaard.