Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. M.J.M. Marseille, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team jeugd (hierna: de rechter).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij de behandeling van een zaak over de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige dochter. De aanleiding was de beslissing van de rechter om een derde, die op dat moment nog de juridische ouder was, als belanghebbende aan te merken.
De rechtbank heeft het dossier bestudeerd en de zienswijze van de rechter en partijen gehoord. De rechter heeft toegelicht dat de derde op het moment van de zitting nog steeds de juridische ouder was, wat de beslissing om hem als belanghebbende aan te merken rechtvaardigde.
De rechtbank overweegt dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat vooringenomenheid aannemelijk is. Dit was hier niet het geval. Ook het verzoek om aanhouding van de zitting wegens niet-oproepen van Bureau Jeugdzorg werd niet meegenomen, omdat dit niet tijdig was ingebracht.
De wrakingskamer concludeert dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid van de rechter en wijst het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.