Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 juli 2013
- het proces-verbaal van comparitie van d.d. 18 oktober 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van [eiseres] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wegens onbetaalde facturen voor loodgieterswerkzaamheden aan camping De Berekuil, geëxploiteerd door City Resort Utrecht B.V., die binnen een jaar na oprichting failliet ging.
De rechtbank stelt vast dat tussen [eiseres] en de vennootschap een overeenkomst tot stand is gekomen en dat de vennootschap betalingsplichtig is. [gedaagde 1], als bestuurder van de vennootschap en de holding, heeft de rechtshandelingen namens de vennootschap bekrachtigd. Omdat de vennootschap binnen een jaar failliet is verklaard, geldt het bewijsvermoeden dat hij wist of behoorde te weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen, waardoor hij hoofdelijk aansprakelijk is.
[gedaagde 2] wordt niet aansprakelijk gehouden omdat hij niet als functionaris stond ingeschreven en geen opdrachten gaf in de periode van de onbetaalde facturen. Het verweer van [gedaagde 1] dat [eiseres] toerekenbaar tekort is geschoten wordt verworpen, evenals het beroep op misbruik van procesrecht.
De rechtbank veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van € 40.562,60 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van € 1.180,63, wijst de voorwaardelijke reconventionele vordering af en veroordeelt [eiseres] in de proceskosten tegen [gedaagde 2].
Uitkomst: [gedaagde 1] wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 40.562,60 plus rente en incassokosten wegens aansprakelijkheid als bestuurder van de failliete vennootschap.