ECLI:NL:RBROT:2013:9818
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij weigering algemene bijstand wegens onduidelijkheden over giften en middelen
Verzoekster vroeg algemene bijstand aan, maar verweerder weigerde deze omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege onduidelijkheden over giften en stortingen op haar rekening. Verzoekster had eerder een bijstandsuitkering ontvangen die was ingetrokken na een onderzoek naar haar middelen en bestedingen, waarbij onder meer bleek dat zij een onderneming had ingeschreven en meerdere kredieten niet had opgegeven.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster haar hoofdverblijf in Dordrecht heeft en aannemelijk is dat zij leefde van giften in geld en natura, zonder dat sprake was van verzwegen middelen die het recht op bijstand zouden uitsluiten. Ondanks dat verzoekster niet alle namen van personen die haar hielpen wilde verstrekken, vond de voorzieningenrechter dit onvoldoende grond om het verzoek af te wijzen.
Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat de aanvraag ten onrechte was afgewezen en gaf hij een voorlopige voorziening waarbij verweerder voorschotten moest verstrekken vanaf de datum van het verzoek tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verweerder voorschotten verstrekt voor bijstand vanaf 14 november 2013.