ECLI:NL:RBROT:2013:BY8741
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over schadevergoeding na overlijden internationaal vrachtwagenchauffeur
De zaak betreft een vordering van de nabestaanden van een internationaal vrachtwagenchauffeur die op 5 december 2005 is overleden bij een verkeersongeval. Eisers vorderen vergoeding van materiële schade op grond van de schadeverzekering inzittenden (SVI) die door de werkgever van de overledene bij HDI was afgesloten.
De kern van het geschil betreft de vraag wie tot de kring van gerechtigden behoort en de omvang van de schade die vergoed moet worden. Met name is onduidelijk of de partner van de overledene tot de kring van gerechtigden behoort en hoe de schade, waaronder het derven van levensonderhoud en zorg in natura, moet worden berekend.
HDI betwist enkele uitgangspunten in de schadeberekening en voert aan dat de arbeidsovereenkomst van de overledene voor bepaalde tijd was. De rechtbank wijst erop dat het van belang is wat redelijkerwijs verwacht mag worden in de hypothetische situatie dat het ongeval niet had plaatsgevonden.
De rechtbank constateert dat de afwikkeling van de schadevergoeding vertraagd is en beveelt een comparitie aan om informatie uit te wisselen, geschilpunten te bespreken en een minnelijke regeling te beproeven. Tevens worden partijen geïnstrueerd om binnen gestelde termijnen relevante informatie en schadeberekeningen te verstrekken.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en gelast een comparitie om de schadevergoeding constructief af te wikkelen.