ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1071
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling conciërge basisschool voor ontuchtige handelingen met minderjarige leerlinge
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte, werkzaam als conciërge op een basisschool, veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige leerlinge. De bewezenverklaring betreft meermalen gepleegde handelingen, waaronder seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met een meisje onder de twaalf en zestien jaar. Verdachte is deels vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor andere ten laste gelegde feiten.
De rechtbank nam het verdachte bijzonder kwalijk dat hij het vertrouwen van niet alleen het slachtoffer, maar ook van vele andere leerlingen en ouders heeft geschonden. Verdachte heeft een psychische stoornis en is verminderd toerekeningsvatbaar, maar strafbaar. De straf bestaat uit een gevangenisstraf van veertien maanden waarvan 373 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan verplicht reclasseringstoezicht en voortzetting van behandeling.
Daarnaast is de maximale taakstraf van 240 uur opgelegd, met vervangende hechtenis bij niet-naleving. De rechtbank kende aan het slachtoffer een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toe met wettelijke rente. De overige vorderingen zijn afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van causaal verband.
De rechtbank achtte het niet opportuun om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gezien de reeds door verdachte doorgebrachte voorarresttijd, zijn leeftijd, gezondheid en het feit dat hij zelf behandeling is gestart. De strafrechtelijke procedure vond plaats op 22 januari 2013, het vonnis is uitgesproken op 5 februari 2013.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf waarvan 373 dagen voorwaardelijk en maximale taakstraf wegens ontuchtige handelingen met minderjarige.