ECLI:NL:RBROT:2013:BZ1482
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering niet opeisbaar wegens ontbreken ingebrekestelling bij kredietovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres betaling van het restantsaldo van een kredietovereenkomst, vermeerderd met rente. Gedaagde betwist de opeisbaarheid van de vordering wegens het ontbreken van een ingebrekestelling zoals vereist in de algemene voorwaarden. De rechtbank stelt vast dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat ingebrekestelling noodzakelijk is om het krediet ineens opeisbaar te maken.
Eiseres heeft niet kunnen aantonen dat de ingebrekestelling daadwerkelijk aan gedaagde is verzonden. De overgelegde brieven zijn voorbeeldbrieven zonder bewijs van verzending. Hierdoor is niet voldaan aan het ingebrekestellingsvereiste, waardoor het restantsaldo niet vervroegd opeisbaar is geworden.
De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. Ook de vordering in vrijwaring wordt afgewezen omdat de hoofdvordering faalt. De procedurekosten worden verdeeld conform de jurisprudentie, waarbij de kosten voor rekening blijven van de partij die ze heeft gemaakt.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling, waardoor het restantsaldo niet opeisbaar is.