ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2700
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.J. van Rijen
- Th. Veling
- J.A. Moolenburgh
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid beleggingsadviseur wegens onrechtmatige daad en toepasselijk recht
Eisers, bestaande uit een vermogend individu en zijn Luxemburgse beleggingsmaatschappij, vorderen dat gedaagde, voormalig CEO Benelux van Credit Suisse, wordt veroordeeld wegens tekortkomingen in beleggingsadvies die tot aanzienlijke verliezen hebben geleid. Gedaagde betwist het bestaan van een zelfstandige overeenkomst en voert aan dat hij alleen namens Credit Suisse handelde.
De rechtbank behandelt eerst formele bezwaren zoals nietigheid van de dagvaarding en ontvankelijkheid van eisers. Zij oordeelt dat de dagvaarding voldoende is onderbouwd en verklaart eiser 1 niet-ontvankelijk omdat het belegde vermogen van eiser 2 afkomstig is. Vervolgens wordt vastgesteld dat Nederlands recht van toepassing is op zowel de overeenkomst als de onrechtmatige daad, gelet op het woon- en vestigingsplaatscriterium en het ontbreken van rechtskeuze.
Gedaagde verzoekt op grond van artikel 22 Rv Pro om overlegging van alle overeenkomsten tussen eisers en Credit Suisse, Société Générale, Citigroup en UBS. De rechtbank beveelt eisers om de overeenkomsten met Credit Suisse tot 1 augustus 2007 te overleggen, omdat deze relevant zijn voor de beoordeling van de rechtsverhouding en het beleggingsprofiel. Overige verzoeken worden afgewezen. Verdere procedurele stappen worden bepaald, waaronder conclusies na tussenvonnis en mogelijke comparitie.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat Nederlands recht van toepassing is en beveelt overlegging van relevante overeenkomsten met Credit Suisse.