ECLI:NL:RBROT:2013:BZ3237
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij te late betaling griffierecht door typefout
In deze civiele procedure vorderde eiser betaling van griffierecht, waarbij door een typefout € 10 te weinig werd betaald binnen de gestelde termijn. De rechtbank stelde vast dat het volledige griffierecht pas na de wettelijke termijn was ontvangen, wat normaal gesproken leidt tot ontslag van de gedaagde van de instantie op grond van artikel 127 lid 2 Rv Pro.
Eiser voerde aan dat de geringe overschrijding en de aard van de fout aanleiding geven tot toepassing van de hardheidsclausule (artikel 127a lid 3 Rv). Gedaagde betwistte dit en verwees naar vaste jurisprudentie dat fouten op advocatenkantoren geen grond voor deze clausule vormen.
De rechtbank oordeelde dat de betaling door de advocaat tijdig was ingezet en dat het verzuim slechts een geringe typefout betrof, met een verwaarloosbaar financieel belang. Toepassing van de sanctie zou leiden tot een buitenproportionele en onbillijke situatie, waardoor de hardheidsclausule werd toegepast en ontslag van de instantie werd voorkomen.
De zaak werd verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank past de hardheidsclausule toe en ontslaat gedaagde niet van de instantie ondanks te late betaling van griffierecht door een geringe typefout.