ECLI:NL:HR:2012:BU5607
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling griffierecht in cassatie
Verzoekers hebben beroep in cassatie ingesteld tegen beschikkingen van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Volgens art. 3 lid 4 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift bij de Hoge Raad zijn bijgeschreven. Deze termijn liep af op 16 mei 2011, maar het griffierecht werd pas op 17 mei 2011 ontvangen.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring vanwege deze te late betaling. Verzoekers kregen de gelegenheid om schriftelijk te reageren op de vraag waarom het griffierecht niet tijdig was bijgeschreven, maar de aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om de toepassing van de hardheidsclausule van art. 282a lid 4 Rv. te rechtvaardigen.
De Hoge Raad bevestigde dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun cassatieberoep vanwege het niet tijdig voldoen van het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels, Asser, Drion en uitgesproken door Van Oven op 2 maart 2012.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.