ECLI:NL:RBROT:2013:BZ4632
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herziening bijstandsuitkering en schadevergoeding redelijke termijn
Eiseres ontving een bijstandsuitkering met een toeslag van 20%. Verweerder herzag de toeslag naar 15% vanaf 24 december 2007, omdat eiseres haar moeder als mede-inwoner had. Tevens werden stortingen van haar zoon als inkomen aangemerkt en in mindering gebracht, wat leidde tot een terugvordering van € 2.211,76.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het besluit. De rechtbank stelde vast dat de toeslagcorrectie terecht was, maar dat de stortingen van de zoon als lening moesten worden beschouwd en dus niet als inkomen mochten worden aangemerkt. De terugvordering werd vastgesteld op € 1.107,69.
Verder werd vastgesteld dat de bezwaarprocedure de redelijke termijn overschreed met bijna twee jaar, wat aanspraak gaf op schadevergoeding. De rechtbank matigde deze tot € 1.000,00 vanwege het ontbreken van navraag door eiseres. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 944,00.
De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, terugvordering vastgesteld op € 1.107,69, schadevergoeding van € 1.000,00 toegekend en verweerder veroordeeld in proceskosten.