ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5425
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Houweling
- A. van ’t Laar
- J. de Gans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WOZ-waardevaststelling en onbevoegdheid rechtbank voor ambtshalve vernietiging
Bij beschikking van 31 juli 2003 werd de waarde van een onroerende zaak vastgesteld voor de belastingjaren 2001 tot en met 2004. Eiser stuurde op 27 september 2004 een brief die niet als een bezwaarschrift kon worden aangemerkt. Zelfs als die brief als bezwaar zou gelden, was deze te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard. Ook het bezwaar van 26 februari 2009 werd te laat ingediend en niet-ontvankelijk verklaard omdat geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding was gebleken.
Eiser stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege dubbele aanslagen aan een mede-gebruiker en het ontbreken van een gemotiveerde waardebepaling. De rechtbank oordeelde echter dat het uitblijven van het taxatieverslag en latere kennisname van feiten geen reden zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Bovendien leidt een vermeende schending van de beginselen van behoorlijk bestuur niet tot inhoudelijke beoordeling van het bezwaar als het niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van het verzoek om ambtshalve vernietiging of vermindering van de WOZ-beschikking en aanslagen verklaarde de rechtbank zich onbevoegd. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie dat dergelijke vorderingen bij de burgerlijke rechter moeten worden ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor zover het gericht was tegen de niet-ontvankelijkverklaring en wees het verder onbevoegdheid uit.
Uitkomst: Bezwaar tegen WOZ-waardevaststelling 2001-2004 niet-ontvankelijk verklaard en rechtbank onbevoegd voor ambtshalve vernietiging.