ECLI:NL:RBROT:2013:CA1496
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.J. van Rijen
- F. Damsteegt-Molier
- A. Muilwijk-Schaaij
- Rechtspraak.nl
Wanprestatie bank door onmiddellijke terugval op kredietvoorwaarden zonder waarschuwing
De zaak betreft een geschil tussen Deutsche Bank en twee borgen van een gefailleerd bedrijf over borgtochtbetalingen en een vordering wegens wanprestatie van de bank.
Het bedrijf had een kredietovereenkomst met ABN Amro, later overgegaan op Deutsche Bank, met afspraken over franchisebedragen en bevoorschottingspercentages die regelmatig werden aangepast. In januari 2008 weigerde ABN zonder waarschuwing betalingsopdrachten uit te voeren, waarna het bedrijf failliet ging.
De borgen stelden dat ABN tekort was geschoten en vorderden schadevergoeding, maar de rechtbank oordeelde dat de vordering onder het openbaar pandrecht van Deutsche Bank viel, waardoor zij niet inningsbevoegd waren. De borgtochtvordering van Deutsche Bank werd toegewezen, ondanks de tekortkoming van ABN, omdat het beroep op borgtocht niet onaanvaardbaar was.
De rechtbank legde uit dat ABN een bijzondere zorgplicht had om tijdig te waarschuwen voor terugval op de lagere kredietvoorwaarden, wat zij naliet. Desondanks was het inroepen van de borgtocht rechtmatig en werden de borgen veroordeeld tot betaling van € 375.000 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de borgtochtvordering van Deutsche Bank toe en wijst de schadevordering van de borgen af wegens pandrecht.