ECLI:NL:RBROT:2013:CA2603
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van Velzen
- T. Damsteegt
- M.C. Woudstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid ontslagregeling en aanspraak bovenwettelijke werkloosheidsuitkering ambtenaar
Eiser, werkzaam als Strategisch Beleidsmedewerker bij de gemeente Dordrecht, werd wegens onvoldoende functioneren ontslagen op grond van artikel 8:8, eerste lid, van de CAR/UWO. Verweerder verleende eervol ontslag zonder aanvullende uitkering, wat eiser betwistte en bezwaar tegen maakte. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of verweerder een passende regeling had getroffen conform artikel 10d:4 van de CAR/UWO en of eiser aanspraak kon maken op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering. Uit de toelichting op artikel 10d:4 en het vervallen van het derde lid van artikel 8:8 blijkt Pro dat LOGA-partijen bewust hebben afgezien van een minimumuitkeringsregeling voor deze ontslaggrond.
De rechtbank verwierp de door eiser overgelegde jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die een minimale aanspraak op een bovenwettelijke uitkering bevestigt, omdat deze niet overtuigend was en het oordeel zou ingaan tegen de contractvrijheid van LOGA-partijen. Gezien het korte dienstverband, het loonbaancoachingstraject en de door verweerder voorgestelde regelingen, concludeerde de rechtbank dat verweerder een passende regeling had getroffen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het ontslagbesluit zonder aanvullende uitkering wordt ongegrond verklaard.