ECLI:NL:RBROT:2013:CA2972
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Internationaal bevoegdheidsincident en aanhouding behandeling hoofdzaak in afwachting van Turkse procedure
In deze zaak staat een internationaal bevoegdheidsincident centraal waarbij de rechtbank Rotterdam moet beoordelen of zij bevoegd is om kennis te nemen van een vordering die eiseres tegen gedaagde heeft ingesteld. Gedaagde stelt dat dezelfde vordering reeds eerder bij een gerecht in Turkije aanhangig is gemaakt, hetgeen eiseres betwist.
De rechtbank onderzoekt de toepasselijkheid van artikel 12 Rv Pro inzake litispendentie. Uit de overgelegde stukken blijkt dat eiseres in februari 2012 een echtscheidingsprocedure met nevenvorderingen bij een Turks gerecht heeft ingesteld, waarin ook een vordering voorkomt die inhoudelijk overeenkomt met de hoofdzaak in Nederland. De rechtbank concludeert dat sprake is van litispendentie en dat de behandeling van de Nederlandse zaak moet worden aangehouden om tegenstrijdige beslissingen te voorkomen.
De rechtbank wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af, compenseert de proceskosten in het incident en bepaalt dat de hoofdzaak op de parkeerrol komt te staan in afwachting van de uitkomst van de Turkse procedure. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot onbevoegdverklaring af en houdt de behandeling van de hoofdzaak aan in afwachting van de Turkse procedure.