Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2014 in de zaak tussen
Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten,verweerster (StiPP),
Rechtbank Rotterdam
Eiseres verzocht StiPP om vrijstelling van de verplichte deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds op grond van onvoldoende beleggingsrendement. StiPP wees dit verzoek af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar pensioenregeling ten minste gelijke aanspraken biedt als die van StiPP.
Eiseres voerde aan dat haar pensioenregeling wel degelijk dezelfde aanspraken bevat, ondanks enkele afwijkingen en uitsluitingsbepalingen. De rechtbank oordeelde echter dat deze uitsluitingsgronden, zoals beperkingen bij overlijden binnen het eerste verzekeringsjaar en maximale loonsverhogingen, materieel gezien leiden tot minder gunstige pensioenaanspraken dan bij StiPP.
Daarnaast was onvoldoende aangetoond dat de pensioenregeling van eiseres op alle leeftijden en situaties gelijkwaardig is aan die van StiPP, mede door het ontbreken van een ondertekende verzekeringsovereenkomst en actuarisverklaring. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van StiPP tot weigering van vrijstelling wordt ongegrond verklaard.