Eiseres maakte bezwaar tegen gemeentelijke heffingen voor het jaar 2011, waaronder rioolheffing en onroerendezaakbelasting (OZB). Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat zou zijn ingediend. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslag en beschikking op 30 juni 2013 zijn verzonden, waardoor de bezwaartermijn niet is gestart.
De rechtbank stelt vast dat eiseres het bezwaar heeft ingediend na ontvangst van een dwangbevel op 30 november 2013, en dat zij niet in verzuim was. Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar is gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de aanslag OZB eigenaar ten onrechte aan eiseres is opgelegd en vermindert de aanslag rioolheffing met een maand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak treedt in de plaats van het bestreden besluit.