ECLI:NL:RBROT:2014:10210
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Gerritse
- H. Bedee
- C.F.J. de Jongh
- Rechtspraak.nl
Intrekking en herziening bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig op uitkeringsadres en niet-melden transacties
Eiser ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb). Verweerder startte een rechtmatigheidsonderzoek naar eisers woonadres en financiële transacties na een anonieme tip. Uit het onderzoek bleek dat eiser niet daadwerkelijk woonde op het uitkeringsadres, wat werd onderbouwd door een zeer laag water- en elektriciteitsverbruik en een verklaring van eiser zelf. Tevens werden contante stortingen op eisers rekening en autotransacties vastgesteld die niet waren gemeld.
Verweerder trok de bijstandsuitkering met ingang van 15 juni 2012 in en herzag de uitkering over eerdere perioden, waarbij teveel betaalde bijstand werd teruggevorderd. Eiser voerde aan wel op het uitkeringsadres te hebben gewoond, dat de geldstortingen giften waren en dat hij geen autohandel dreef. De rechtbank oordeelde echter dat de bevindingen van het onderzoek toereikend waren en dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden.
De rechtbank bevestigde dat de contante stortingen als inkomen moesten worden beschouwd en dat de autotransacties op geld waardeerbare transacties waren. Omdat eiser geen concrete gegevens over de transacties kon overleggen, kon zijn recht op bijstand niet worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking, herziening en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en de intrekking en herziening van de bijstandsuitkering zijn bevestigd.