Uitspraak
[Naam verdachte],
van voorarrest, waarvan vier maandenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam sprak de verdachte vrij van de ten laste gelegde verkrachting en ontucht met een 13-jarig meisje. De zaak betrof twee momenten waarop seksuele handelingen plaatsvonden met meerdere minderjarige verdachten. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor dwang, mede omdat de verklaringen van het meisje niet consistent waren en geen steun vonden in andere bewijsmiddelen.
De rechtbank overwoog dat de seksuele handelingen met instemming van het meisje plaatsvonden en dat het ontuchtige karakter van de handelingen verviel door de bijzondere omstandigheden, waaronder het geringe leeftijdsverschil en de seksuele ontwikkeling van het meisje. De verklaringen van de verdachten waren consistent en geloofwaardig, en het meisje had ook na afloop contact met hen zonder aanwijzingen van dwang.
De benadeelde partij vorderde immateriële schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd. De rechtbank bepaalde dat de vordering alleen bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dwang en ontucht bij seksuele handelingen met minderjarige.