ECLI:NL:RBROT:2014:1372
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens zonder vergunning beroepsmatig tatoeëren bevestigd
Eiser kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het zonder vergunning beroepsmatig tatoeëren in een tattoo studio. Hij voerde principiële bezwaren aan tegen het vergunningstelsel, waaronder het gelijkheidsbeginsel, de kosten en de effectiviteit van controles.
De rechtbank stelde vast dat het boetebesluit rechtmatig was en dat het vergunningstelsel zijn basis vond in de Warenwet. Het beroep op het recht op arbeid faalde vanwege het toetsingsverbod van de Grondwet en het ontbreken van strijdigheid met EU-verdragen.
De rechtbank oordeelde dat het vergunningstelsel passend is om hygiënisch werken te bevorderen en dat de kosten niet disproportioneel zijn. Ook was er geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel, ondanks verschillen in handhaving en vergelijking met andere beroepsgroepen.
De overschrijding van de redelijke termijn werd vastgesteld, maar gelet op de geringe boetebedrag werd dit niet verder bestraft. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete van €525 bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens het zonder vergunning tatoeëren wordt ongegrond verklaard en de boete van €525 gehandhaafd.