Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[naam] B.V., te [vestigingsplaats], verzoekster,
Rechtbank Rotterdam
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde verzoekster een bestuurlijke boete van € 2.000.000,- op wegens het zonder vergunning aanbieden van krediet in strijd met artikel 2:60 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft). Verzoekster maakte bezwaar tegen het boetebesluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de openbaarmaking van het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster zonder vergunning krediet had aangeboden en dat AFM bevoegd was de boete op te leggen. Het betoog van verzoekster dat de kosten voor spoedoverboeking en papieren factuur onbetekenend zouden zijn, werd verworpen omdat deze kosten substantieel waren en het bedrijfsmodel erop was gericht dat klanten deze diensten afnamen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het boetebesluit en het persbericht passages bevatten die geschoond moesten worden om onnodige diffamerende effecten te voorkomen. Daarnaast werd AFM verboden een bericht over de boete op Twitter te plaatsen, omdat de tekst onvoldoende duidelijk was en de beperkte ruimte op Twitter nadere toelichting onmogelijk maakt.
De voorlopige voorziening werd gedeeltelijk toegewezen, waarbij AFM werd opgedragen het boetebesluit en persbericht aan te passen en het Twitterbericht achterwege te laten. Verzoekster kreeg vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. van Velzen op 7 maart 2014.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening werd gedeeltelijk toegewezen, waarbij AFM werd opgedragen passages uit het boetebesluit en persbericht te verwijderen en het plaatsen van een Twitterbericht werd verboden.