Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verzoekster 1] B.V., te [woonplaats], verzoekster 1,
[verzoekster 2] B.V., te [woonplaats], verzoekster 2,
Rechtbank Rotterdam
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde op 8 oktober 2010 een boete van €1.000,- op aan verzoekster 1 wegens een lichte overtreding van artikel 4:34 Wft Pro. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures werd de boete onherroepelijk. AFM besloot vervolgens tot publicatie van deze boete op grond van artikel 1:98 Wft Pro. Verzoeksters maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen de voorzieningenrechter om schorsing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat AFM verzoekster 1 niet vooraf de gelegenheid had geboden haar zienswijze te geven over de publicatie, terwijl dit uit zorgvuldigheidsoverwegingen wel vereist is. De publicatie van een boete is onomkeerbaar, en het ontbreken van een zienswijzekans vormt een ernstig gebrek in de besluitvorming. Dit gebrek kan weliswaar in bezwaar worden hersteld, maar het is niet wenselijk dit te passeren via het argument van herstelbaarheid.
De voorzieningenrechter achtte verzoekster 2 ook belanghebbende vanwege de reputatieschade voor het merk. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor de publicatie van de boete werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd AFM veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de publicatie van de boete geschorst wegens gebrek aan zienswijzekans.