ECLI:NL:RBROT:2014:2393
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding rookvrije werkplek verplichtingen werkgever
De zaak betreft een beroep van een werkgever tegen een bestuurlijke boete van €1.200,- opgelegd door de minister van Volksgezondheid wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. De boete werd opgelegd na een inspectie waarbij werd vastgesteld dat er op de werkvloer, ondanks het rookverbod, werd gerookt en sprake was van een sterke tabakslucht.
Tijdens de inspectie op 15 februari 2013 door de NVWA en politieambtenaren werd de toegang tot verschillende bedrijfsruimten aanvankelijk geweigerd, waarna met enige dwang toegang werd verkregen. In diverse kantoorruimten op de eerste en tweede verdieping werden asbakken met verse as en sigarettenpeuken, geopende sigarettenpakjes en rokende werknemers waargenomen. De werkgever voerde aan dat zij aanzienlijke maatregelen had genomen, waaronder een luchtzuiveringsinstallatie en het bieden van rookvrije werkplekken elders in het pand, en dat het merendeel van het personeel rookte zonder klachten.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever de resultaatsverplichting uit artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet niet had nageleefd. Het gebruik van een luchtzuiveringsinstallatie en het subjectieve ervaren van hinder door werknemers zijn niet relevant voor de naleving van de wet. Ook het bieden van keuzemogelijkheden aan werknemers volstaat niet als maatregel. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de boete, waarbij zij tevens oordeelde dat de wetgeving zelf niet in strijd is met hogere rechtsnormen zoals het EVRM.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.H. de Wildt op 3 april 2014. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de bestuurlijke boete wegens overtreding van het rookvrije werkplekverbod wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.200 bevestigd.