Uitspraak
minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport(hierna: de minister).
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante exploiteerde een café waar meerdere inspecties door de NVWA plaatsvonden, waarbij werd vastgesteld dat bezoekers rookten in de aanwezigheid van barmedewerkers. De minister legde boetes op wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld en dat de investeringen in luchtverversings- en luchtzuiveringssystemen voldeden aan haar verplichtingen. Het College overwoog dat de norm van artikel 11a een resultaatsverplichting inhoudt en dat de vastgestelde blootstelling aan tabaksrook voldoende bewijs vormt voor overtreding.
Het College verwierp het beroep van appellante, bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat de minister bevoegd was de boetes op te leggen. Ook werd geoordeeld dat het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM geen grond bood om de resultaatsverplichting aan te passen. De aangevallen besluiten werden bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het College bevestigt dat appellante het rookverbod in haar café heeft overtreden en handhaaft de opgelegde boetes.