ECLI:NL:RBROT:2014:2522
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek besloten vennootschap wegens misbruik van recht
Aangeefster, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid zonder actief, diende een verzoek tot faillietverklaring in. Tijdens de raadkamerzitting verklaarde haar raadsman dat de onderneming geen activa bezit en ook geen verwachting is dat er activa zullen vrijkomen om de faillissementskosten te dekken.
De rechtbank toetste het verzoek aan artikel 6 lid 3 Faillissementswet Pro en stelde vast dat er geen pluraliteit van schuldeisers is en dat het ontbreken van activa en uitzicht op voldoening van faillissementskosten een zwaarwegend belang bij faillietverklaring ontbrak. Tevens waren er slechts twee schuldeisers, wat het belang van een faillissement verder ondermijnde.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek misbruik van bevoegdheid inhoudt op grond van artikel 3:13 BW Pro, omdat het belang van de aangeefster niet opweegt tegen het belang van de curator en schuldeisers. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af.
Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld binnen acht dagen na de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van de besloten vennootschap wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid en ontbreken van een zwaarwegend belang.