Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[xx],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis d.d. 11 maart 2013;
- de akte inbrengen producties van [eiseres];
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 12 april 2013;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek, met productie.
2.De vaststaande feiten
Overeenkomst voor internet prestaties met een publicitair karakter” (hierna: “de Overeenkomst”) tot stand gekomen. De vier pagina’s tellende Overeenkomst is afgedrukt op briefpapier van [eiseres] waarop tevens alle contractvoorwaarden zijn vermeld. De Overeenkomst is namens [gedaagde] door [gedaagde 3] ondertekend. Juist boven haar handtekening staat gedrukt: “
Gelezen en goedgekeurd, voor de 4 pagina’s van deze overeenkomst, omvattende 10 artikelen.”
Ontwikkeling van een website met CMS: incl. hosting, domeinnaam en e-mailadres” en “
SEA: aanmaak, beheer en opvolging van de Search Engine Advertising campagne”. Dit product behelst dat [eiseres] ten behoeve van de kledingwinkel van [gedaagde] door middel van haar advertenties een campagne bij Google aanmaakt en dat zij de campagne beheert en opvolgt.
10.1.1De onderhavige overeenkomst is een duurovereenkomst van bepaalde tijd en is gesloten voor een duur van
48 MAANDEN. De abonnee kan evenwel besluiten de overeenkomst tussentijds op te zeggen mits de betaling van een
opzeggingsvergoeding gelijk aan 40%van de nog niet vervallen maandelijkse bedragen voor de nog lopende periode.
opzeggingsvergoedingen dat [xx] volledige betaling heeft verkregen van voornoemde vergoeding en alle nog openstaande vorderingen in het kader van deze overeenkomst.
3.Het geschil
4.De beoordeling
degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf door persoonlijk bezoek (…) tracht een particulier te bewegen tot het sluiten van een overeenkomst, strekkende tot het aan deze verschaffen van het genot van een goed, het aan deze verlenen van een dienst (…)”. Vast staat dat [gedaagde] de Overeenkomst is aangegaan in de uitoefening van haar onderneming zodat zij niet kan worden aangemerkt als particulier in voormelde zin.
Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8111). Dit verweer mist dan ook doel.
HR 19 februari 1988, NJ 1989, 343; Droog/Bekaert).
MvA II, Parl. Gesch. 6, p. 325).