Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[eiseres],
1.Het verloop van het proces
2.De vaststaande feiten
“Hiermee is de vordering bij Rijnland voldaan achterstallige huur + termijn augustus”.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en huurder over de betaling van huur en de ontbinding van de huurovereenkomst. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten. De huurder betwistte de vordering en stelde dat de huurtermijnen, inclusief die van september 2013, correct waren betaald.
De kantonrechter stelde vast dat de betaling van augustus 2013 uitdrukkelijk bestemd was voor die huurperiode en dat de betaling voor september 2013 door de huurder was voldaan met het juiste betalingskenmerk. De verhuurder had de betaling van augustus aangewend voor annuleringskosten van een transportbedrijf, maar dit was niet gerechtvaardigd zonder duidelijke afspraken en kennisgeving aan de huurder.
De kantonrechter concludeerde dat de huurder niet tekortgeschoten was in zijn betalingsverplichtingen en dat de vorderingen van de verhuurder daarom moesten worden afgewezen. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen omdat de huurtermijnen correct zijn voldaan.