ECLI:NL:RBROT:2014:4000

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 mei 2014
Publicatiedatum
20 mei 2014
Zaaknummer
KTN-2713363
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens correcte huurbetaling

De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en huurder over de betaling van huur en de ontbinding van de huurovereenkomst. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten. De huurder betwistte de vordering en stelde dat de huurtermijnen, inclusief die van september 2013, correct waren betaald.

De kantonrechter stelde vast dat de betaling van augustus 2013 uitdrukkelijk bestemd was voor die huurperiode en dat de betaling voor september 2013 door de huurder was voldaan met het juiste betalingskenmerk. De verhuurder had de betaling van augustus aangewend voor annuleringskosten van een transportbedrijf, maar dit was niet gerechtvaardigd zonder duidelijke afspraken en kennisgeving aan de huurder.

De kantonrechter concludeerde dat de huurder niet tekortgeschoten was in zijn betalingsverplichtingen en dat de vorderingen van de verhuurder daarom moesten worden afgewezen. De verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld.

Uitkomst: De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen omdat de huurtermijnen correct zijn voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 2713363 CV EXPL 14-3083
uitspraak: 16 mei 2014
vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te
in de zaak van
de vereniging
[eiseres],
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Rijnland gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te Rotterdam,
gedaagde,
in persoon procederend.
Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres] en “[gedaagde]”.

1.Het verloop van het proces

1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen;
- het exploot van dagvaarding van 16 januari 2014, met producties;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord van gedaagde d.d. 30 januari 2014, met producties;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de aantekeningen van de mondelinge dupliek van gedaagde d.d. 16 april 2014.
1.2
De datum van deze uitspraak is door de kantonrechter bepaald op heden.

2.De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.
2.1
[eiseres]en [gedaagde] hebben een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning aan de [adres](hierna: het gehuurde), tegen een huurprijs van laatstelijk € 380,40 per maand.
2.2
Bij vonnis van deze rechtbank van 25 januari 2013 is [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met toewijzing van de door [eiseres]gevorderde ontbinding en ontruiming.
2.3
Op 8 augustus 2013 heeft [gedaagde] ter voorkoming van de aangezegde ontruiming een bedrag van € 2.010,32 betaald aan de gemachtigde van [eiseres]. Op het kasbewijs staat met de hand bijgeschreven de opmerking
“Hiermee is de vordering bij Rijnland voldaan achterstallige huur + termijn augustus”.

3.Het geschil

3.1
[eiseres]heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde, tot betaling van € 380,40 aan huurachterstand tot en met januari 2014, van € 69,03 aan buitengerechtelijke kosten, van
€ 3,14 aan vastgestelde rente en van € 380,40 per maand aan huur vanaf 1 februari 2014 tot aan het tijdstip van ontbinding van de huurovereenkomst.
3.2
Aan haar vordering legt [eiseres]- zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag. [gedaagde] is, ondanks diverse aanmaningen, opnieuw in gebreke gebleven met tijdige voldoening van de huur. Door dit betalingsverzuim zag [eiseres]zich genoodzaakt haar vordering uit handen te geven aan haar gemachtigde. De daaraan verbonden buitengerechtelijke incassokosten komen voor rekening van [gedaagde]. Verder wordt aanspraak gemaakt op wettelijke rente. De gevorderde ontbinding en ontruiming is gegrond op de herhaalde wanprestatie aan de zijde van [gedaagde].
3.3
[gedaagde] heeft de vordering betwist. De op 8 augustus 2013 verrichte betaling was voor de achterstand en de huur over augustus 2013. Daarna zijn de maandelijkse termijnen steeds voldaan. [gedaagde] heeft nooit een brief ontvangen over een openstaand bedrag van
€ 368,63 aan annuleringskosten.

4.De beoordeling van de vordering

4.1
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de huurtermijn over september 2013 is voldaan. Door [eiseres]is aangevoerd dat zij de betaling van 8 augustus 2013 heeft aangewend ten behoeve van de bij haar door het transportbedrijf in rekening gebrachte annuleringskosten en de resterende huurachterstand. De eerstvolgende betaling van [gedaagde] van 16 september 2013 heeft [eiseres]afgeboekt op de huur over augustus 2013 en de daaropvolgende betalingen op de huur vanaf oktober 2013. Volgens [eiseres]is september 2013 dus onbetaald gelaten.
4.2
De kantonrechter kan [eiseres]niet volgen. Nu op het betaalbewijs van 8 augustus 2013 uitdrukkelijk is vermeld “termijn augustus” en [gedaagde], zoals blijkt uit de door hem overgelegde en niet weersproken betaalbewijzen, de huur over september 2013 heeft voldaan onder vermelding van het daarop betrekking hebbende betalingskenmerk, stond het [eiseres]noch haar gemachtigde vrij die betalingen op een andere huurperiode of op de annuleringskosten af te boeken. Nog daargelaten dat de bekendheid van [gedaagde] met die laatste kosten, gelet op de betwiste ontvangst van de brief van 14 augustus 2013, niet is komen vast te staan. Dat [gedaagde] de lopende huurtermijnen vanaf oktober 2013 ook steeds heeft voldaan, is niet in geschil. Niet kan dan ook worden gezegd dat [gedaagde] was of is tekortgeschoten in de nakoming van zijn huurverplichtingen. Daarom ontbreekt enige grond voor de vorderingen van [eiseres], zodat deze zullen worden afgewezen.
4.3
Opgemerkt wordt dat indien [eiseres]nog voornemens is de annuleringskosten van € 368,63 te verhalen, de kantonrechter ervan uit gaat dat [gedaagde] daarvoor een brief met een redelijke betalingstermijn en zonder nadere kosten zal worden toegezonden.
4.4
[eiseres]wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter:
wijst af de vorderingen;
veroordeelt [eiseres]in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
832