Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[eiseres],
Rechtbank Rotterdam
Eiseres vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde omdat de huurder niet langer zijn hoofdverblijf in de woning heeft. De huurder betwist dit en stelt dat hij zijn hoofdverblijf nog steeds in de woning heeft.
Uit de processtukken en verklaringen blijkt dat de huurder sinds 2011 in het buitenland verblijft om zijn zieke moeder te verzorgen en sindsdien is uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie op het adres van het gehuurde. Hij verblijft slechts sporadisch in de woning en beheert zijn zaken niet meer vanuit het gehuurde.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder zijn hoofdverblijf niet meer in het gehuurde heeft, waarmee hij een wezenlijke verplichting uit de huurovereenkomst schendt. Dit rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen 14 dagen. Een dwangsom wordt afgewezen omdat eiseres voldoende andere middelen heeft om ontruiming af te dwingen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen.