ECLI:NL:RBROT:2014:4517
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking WWB-uitkering wegens verzwegen buitenlands vermogen
Verzoekers ontvingen een WWB-uitkering, maar maakten geen melding van hun vermogen in Turkije. Na anonieme tips en onderzoek door het Internationaal Bureau Fraude bleek dat zij onroerend goed bezaten met een waarde boven het vrij te laten vermogen. Verweerder trok de bijstand in en vorderde terugbetaling.
Verzoekers betoogden dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege het ontbreken van inkomsten. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekers een werkloosheidsuitkering van circa €600 per maand ontvangen en dat het vermogen in Turkije boven de vrijstellingsgrens ligt.
Daarom was geen spoedeisend belang aanwezig voor een voorlopige voorziening. De vraag over onrechtmatig bewijs wordt in de hoofdzaak behandeld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de WWB-uitkering wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.