ECLI:NL:RBROT:2014:7544
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boetes wegens overtreding bankverbod
De Rechtbank Rotterdam behandelde op 11 september 2014 de verzoeken om voorlopige voorziening van een besloten vennootschap en drie feitelijk leidinggevenden tegen de besluiten van De Nederlandsche Bank (DNB) tot het opleggen van bestuurlijke boetes wegens overtreding van artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft).
DNB had aan de vennootschap een boete van €200.000 opgelegd en aan ieder van de drie leidinggevenden een boete van €100.000 wegens het aantrekken van gelden zonder vergunning en het feitelijk leidinggeven aan deze overtreding. Tevens had DNB besloten tot vroegtijdige openbaarmaking van deze besluiten. Verzoekers wilden de openbaarmaking schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de boetes terecht waren opgelegd, omdat de vennootschap het bankverbod verwijtbaar had overtreden en de leidinggevenden feitelijk leiding hadden gegeven aan deze overtreding. De hoogte van de boetes was gematigd en niet in wanverhouding tot de ernst van de overtreding. Ook was geen grond voor schorsing van de openbaarmaking, mede omdat DNB toezegde bepaalde passages aan te passen en te vermelden dat bezwaar was gemaakt.
De rechtbank wees daarom de verzoeken om voorlopige voorziening af en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de rechtmatigheid van de opgelegde bestuurlijke boetes en de openbaarmaking daarvan.