Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verdachte],
redenenhad(den) te vermoeden, dat dat bestemd was/waren tot het plegen van dat feit,
die stoffenbestemd waren
302kilogram) benzocaïne
1.
medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden, een ander gelegenheid, middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en door stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd;
2.
medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden, door stoffen en voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
3.
medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden, door stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
24 (vierentwintig) maanden;