ECLI:NL:RBROT:2014:8298
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- L.H. Waller
- C.F.J. de Jongh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en boete in toeslagzaak
Eiser ontving een toeslag op zijn WAO-uitkering, die met terugwerkende kracht werd ingetrokken omdat hij volgens verweerder samenwoonde met mevrouw, wat het recht op toeslag beïnvloedde. Verweerder stelde dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf 25 januari 2011, waarop toeslag werd teruggevorderd en een boete werd opgelegd.
Eiser betwistte het samenwonen en stelde dat er slechts sprake was van inwoning zonder financiële verstrengeling. De rechtbank onderzocht of aan het criterium van wederzijdse zorg werd voldaan, waarbij verweerder het storten van de uitkering op de rekening van mevrouw en gezamenlijke huishoudelijke zorg als bewijs aanvoerde.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen sprake was van financiële verstrengeling en dat verweerder terecht de toeslag had herzien en teruggevorderd. De boete werd beperkt tot de periode waarin eiser zijn wijzigingsplicht niet was nagekomen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van toeslag en boete bevestigd.