Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van Woonbron.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin eiser verzocht om opheffing van executoriaal derdenbeslag gelegd door Woonbron op zijn bankrekening. Eiser stelde dat het beslag het gezinsinkomen raakte, waaronder studiefinanciering die volgens de Wet studiefinanciering 2000 niet vatbaar is voor beslag. Tevens was eiser werkzoekend en kon het beslag leiden tot onbetaalbare vaste lasten en mogelijke ontruiming.
Woonbron had het beslag gelegd wegens een vonnis tot betaling van achterstallige huurpenningen. De deurwaarder had het beslag te laat overbetekend aan eiser, maar dit leidde niet tot volledige opheffing. De rechtbank oordeelde dat het beslag op zich niet onrechtmatig was, maar dat het handhaven zonder toepassing van de beslagvrije voet een misbruik van bevoegdheid vormde. De beslagvrije voet werd vastgesteld op € 1.223,54.
De rechtbank veroordeelde Woonbron tot gedeeltelijke opheffing van het beslag en tot betaling van proceskosten aan eiser. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en benadrukte het belang van bescherming van het gezinsinkomen en studiefinanciering tegen beslag.
Uitkomst: Het executoriaal beslag wordt opgeheven voor het deel tot de beslagvrije voet van € 1.223,54 en Woonbron wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.