Eiser, eigenaar en verhuurder van meerdere panden in Dordrecht, heeft een groot aantal bezwaarschriften, handhavingsverzoeken en beroepsprocedures tegen de gemeente Dordrecht ingediend. Verweerder stelde deze aanvragen buiten behandeling of verklaarde ze niet-ontvankelijk, verwijzend naar een civiel vonnis dat eiser verbood zich meer dan tien keer per maand schriftelijk tot de gemeente te richten onder verbeurte van een dwangsom.
De rechtbank oordeelt dat de bestuursrechter een eigen afweging moet maken of en wanneer een individuele toets van de beroepen nodig is, en dat het civiele vonnis niet bepaalt dat brieven boven het aantal van tien per maand niet in behandeling hoeven te worden genomen. Verweerder gebruikte onjuiste bestuursrechtelijke bepalingen om de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren.
Desondanks constateert de rechtbank dat eiser misbruik maakt van het procesrecht door herhaaldelijk beroep in te stellen tegen besluiten die in eerdere procedures kansloos waren verklaard. Dit leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen. Tevens wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van verweerder wegens kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht.
De rechtbank benadrukt dat de bevoegdheid om bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te wenden niet onbeperkt is en dat misbruik daarvan kan leiden tot uitsluiting van behandeling. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige individuele toets en het voorkomen van overbelasting van bestuursorganen door excessief gebruik van rechtsmiddelen.