Eiser, eigenaar en verhuurder van meerdere panden in Dordrecht, diende honderden bezwaarschriften en beroepen in tegen de gemeente Dordrecht over de wijze van kamerverhuur en vergunningverlening. Verweerder stelde deze beroepen niet-ontvankelijk wegens vermeend misbruik van procesrecht, verwijzend naar een vonnis dat eiser beperkte tot tien brieven per maand aan de gemeente.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onjuist gebruik maakte van de artikelen 4:5 en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht door zonder individuele toetsing brieven en bezwaarschriften buiten behandeling te stellen. Het vonnis beperkte alleen het aantal brieven, niet de behandeling daarvan. Daarnaast was er geen sprake van formele gebreken in de klachten en bezwaarschriften van eiser.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen misbruik van procesrecht maakte, ondanks het grote aantal procedures, en dat zijn klachten over ongelijke behandeling zakelijke belangen betreffen. De beroepen werden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen van die besluiten bleven in stand omdat bezwaar tegen klachtbehandeling niet mogelijk is.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.