ECLI:NL:RBROT:2014:9912
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bergen
- J.H. de Wildt
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Beëindiging halfwezenuitkering wegens integratie met nabestaandenuitkering niet in strijd met internationaal recht
Eiseres, verzorgster van een thuiswonend kind, had tot 1 oktober 2013 recht op een halfwezenuitkering, die per die datum werd beëindigd vanwege wetswijzigingen die de halfwezenuitkering integreerden met de nabestaandenuitkering. Eiseres stelde dat deze beëindiging zonder compensatie in strijd was met internationale verdragen, waaronder artikel 14 EVRM Pro (verbod discriminatie) en artikel 1 EP Pro EVRM (eigendom).
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen nabestaande is in de zin van de Anw en daardoor geen recht heeft op een hoge nabestaandenuitkering. De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen nabestaanden met kinderen en verzorgers zonder de status van nabestaande gerechtvaardigd is en binnen de ruime beleidsvrijheid van de wetgever valt. De wetswijziging had als doel de regelgeving te vereenvoudigen en uitvoeringskosten te verminderen.
Verder werd geoordeeld dat de intrekking van de halfwezenuitkering een eigendomsontneming vormt, maar dat deze voorzien is bij wet, een legitiem algemeen belang dient en geen onevenredige last oplegt. Ook de overgangsregeling van zes maanden werd als redelijk beoordeeld. Andere aangevoerde internationale verdragen boden geen grond voor een recht op voortzetting van de halfwezenuitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek van eiseres af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van de halfwezenuitkering wordt ongegrond verklaard.