ECLI:NL:RBROT:2015:298
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes voor onvergund aanbieden van flitskredieten en matiging voor leidinggevenden
De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 januari 2015 de zaken tegen een bv en haar leidinggevenden wegens het zonder vergunning aanbieden van krediet in Nederland, in strijd met artikel 2:60 van Pro de Wft. De AFM had bestuurlijke boetes opgelegd van €150.000 aan de bv, €100.000 aan eiser 1 en €50.000 aan eiser 2. De rechtbank oordeelde dat de bv en leidinggevenden inderdaad zonder vergunning krediet hadden aangeboden, waaronder flitskredieten met niet-onbetekenende kosten.
De rechtbank verwierp de argumenten van eisers dat incassokosten niet tot de kredietkosten behoren en dat de boetes onrechtmatig of disproportioneel waren. Wel matigde de rechtbank de boetes voor de leidinggevenden tot respectievelijk €50.000 en €25.000 vanwege draagkracht en verwijtbaarheid, maar handhaafde de boete voor de bv. De rechtbank wees ook op het belang van het naleven van vergunningplicht en de rol van de AFM bij toezicht.
De rechtbank veroordeelde de AFM tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de leidinggevenden. Het hoger beroep tegen deze uitspraak kan worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Boetes voor leidinggevenden gematigd tot respectievelijk €50.000 en €25.000, boete voor bv gehandhaafd op €150.000.