Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de door het UWV opgelegde loonsanctie van 52 weken wegens tekortkomingen in de re-integratie van werknemer. Verweerder heeft dit bezwaar ongegrond verklaard en het beroep van eiseres is gelijktijdig met een andere zaak behandeld.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar betrekking heeft op twee bekortingsverzoeken van 16 en 29 april 2014. Verweerder baseerde zijn besluit op een rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 30 juli 2014, waarin werd geconcludeerd dat de re-integratie-inspanningen in het spoor 2-traject nog onvoldoende waren, mede vanwege de gebruikelijke duur van een spoor 2-traject van één jaar.
Eiseres betwist de startdatum en duur van het spoor 2-traject, wijzend op eerdere rapportages en beleidsregels. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet voldoet aan het motiveringsbeginsel omdat de startdatum en duur onvoldoende zijn onderbouwd. Daarom wordt verweerder in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden en is het beroep tegen het primaire besluit I niet-ontvankelijk verklaard.