Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde], gevestigd te Ridderkerk,
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiseres, een besloten vennootschap, de verificatie van een vordering tot vergoeding van wettelijke rente over een vordering die zij in 1987 in een faillissement had ingediend. Eiseres baseert haar vordering op toepasselijkheid van eigen algemene voorwaarden, rechtsgeldige renteaanzeggingen en een onrechtmatige daad van de curator in het eerdere faillissement.
De curator betwist de vordering en voert aan dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van toepasselijkheid van algemene voorwaarden en van het versturen van renteaanzeggingen die aan de wettelijke vereisten voldoen. De rechtbank onderzoekt de feiten, waaronder de inhoud van de ingediende vordering, de briefwisseling en de toepasselijke wettelijke bepalingen uit het oude Burgerlijk Wetboek en Faillissementswet.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is gesteld of gebleken dat de algemene voorwaarden van eiseres van toepassing zijn verklaard en aanvaard door de gefailleerde. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat de vereiste sommatie- en renteaanzeggingen zijn verstuurd. De enkele indiening van de vordering in het faillissement leidt niet tot een aanspraak op rente. Ook de stelling dat de curator onrechtmatig handelde wordt verworpen, omdat de curator geen individuele belangenbehartiger is.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat schuldeisers zelf verantwoordelijk zijn voor het tijdig en correct doen gelden van rentevorderingen in faillissementen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van wettelijke rente af wegens onvoldoende bewijs en toepasselijkheid.