Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juni 2015 in de zaken tussen
[eiseres]
De Nederlandse Bank N.V. (DNB), verweerster,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep van [eiseres] en [eiser] tegen het bestreden besluit I (zaaknummer ROT 14/3324) gegrond voor zover het is gericht tegen de hoogte van de aan [eiseres] opgelegde boete,
- vernietigt het bestreden besluit I in zoverre,
- verklaart het bezwaar gegrond en herroept het primaire besluit I, voor zover daarbij de hoogte van de boete is vastgesteld op € 500.000,-, stelt de hoogte van de aan [eiseres] opgelegde boete vast op € 100.000,- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit I,
- verklaart het beroep van [eiser] tegen het bestreden besluit II (zaaknummer ROT 14/3325) gegrond voor zover het is gericht tegen de hoogte van de aan [eiser] opgelegde boete,
- vernietigt het bestreden besluit II in zoverre,
- verklaart het bezwaar gegrond en herroept het primaire besluit II, voor zover daarbij de hoogte van de boete is vastgesteld op € 250.000,-, stelt de hoogte van de aan [eiser] opgelegde boete vast op € 50.000,- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit II,
- bepaalt dat DNB aan [eiseres] het betaalde griffierecht van € 328,- vergoedt,
- bepaalt dat DNB aan [eiser] het betaalde griffierecht van € 165,- vergoedt,
- veroordeelt DNB in de door [eiseres] en [eiser] gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 2.940,-, gelijkelijk te verdelen over beide zaken.